Els Meijers tekst en journalistiekhome
De vrijwilliger als ijsbeertje Knut
Het NOV-congres 'Verzakelijking; een kosten-batenanalyse' trok ruim tweehonderd deelnemers. Beroepskrachten uit het vrijwilligerswerk die in verzakelijking een uitdaging zien, maar vooral collega's die zich voor een dilemma gesteld voelen: marktgericht gaan werken of vasthouden aan de eigen identiteit?
Els Meijers

Aan de verzameling metaforen die in omloop zijn voor 'de vrijwilliger' - cement van de maatschappij, slagader of ruggengraat van de samenleving, kurk waarop maatschappelijke organisaties drijven - kunt u een nieuwe toevoegen. Op het NOV-congres 'Verzakelijking; een kosten-batenanalyse' vergelijkt NOV-voorzitter Marius Ernsting de vrijwilliger met het Berlijnse ijsbeertje Knut. Het nationale troeteldier, alom geliefd, dé oplossing voor al uw maatschappelijke problemen. Vooral de overheid verwacht veel van het vrijwilligerswerk, signaleert Ernsting. Ze doet er een steeds zwaarder beroep op, bijvoorbeeld in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), waardoor het vrijwilligerswerk steeds meer economisch belang krijgt. Terwijl de overheid ook zo veel mogelijk mensen aan betaald werk wil helpen, waardoor de vijver waaruit maatschappelijke organisaties kun vrijwilligers kunnen vissen, steeds kleiner wordt.

Ook andere financiers - en vrijwilligers, maar dan vooral in immateriële zin - verlangen een grotere toegevoegde waarde van vrijwilligerswerk. Vrijwilligersorganisaties zien zich geconfronteerd met prestatieafspraken, aanbestedingen, de opkomst van commerciële aanbieders en andere zaken die voorheen tot het domein van het bedrijfsleven behoorden. Voor de ene vrijwilligersorganisatie een uitdaging, de andere rilt ervan. Uit beide kampen zijn vandaag vrijwilligersorganisaties op het congres vertegenwoordigd.

Verzakelijking is een voorwaarde
De afwezigheid van ambassadeur vrijwillige inzet en SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, die het congres zou inleiden met een sociaaleconomische beschouwing over het vrijwilligerswerk, wordt meer dan goed gemaakt door zijn SER-collega Henk Kamps. Een van de dilemma's die hij schetst is die van de balans tussen enerzijds de vrijblijvendheid en spontaniteit die zo kenmerkend zijn voor het vrijwilligerswerk en aan de andere kant de opgelegde professionalisering en verzakelijking. Kamps vindt dat vrijwilligersorganisaties die hun vrijwilligers serieus nemen, professionaliteit hoog in het vaandel moeten hebben. Kwaliteitseisen stellen en efficiënt omgaan met middelen zijn een absolute voorwaarde om te kunnen opereren. Anders ondergraaf je het imago van vrijwilligerswerk en zal het verdwijnen, voorziet Kamps. Als voorbeeld noemt hij de bewakingsbranche. Toen de beroepsvereniging de toelatingseisen verhoogde, was het aanbod van nieuwe bewakers niet te stuiten.

De toon is gezet en de congresgangers spoeden zich naar een van de zes minicolleges waaruit zij kunnen kiezen. In het minicollege 'Met klant- en marktgericht werken naar zakelijk idealisme' krijgen de toehoorders les in 'maatschappelijk ondernemerschap'. Dat is volgens Jos van der Horst van Quanta NpM de weg die vrijwilligersorganisaties moeten bewandelen om recht te blijven doen aan hun ideële, maatschappelijke functie én een voldoende stevige zakelijke basis te realiseren. Een maatschappelijk ondernemer gaat volgens Van der Horst te werk als een strategische, marktverkennende, verkopende, relatiebeherende, samenwerkende, concurrerende en coördinerende ondernemer. Weet wat je werk is en doe dat goed, want zo houdt je de klant tevreden.

Eén zaal verder geeft Lucas Meijs een minicollege over duurzaam vrijwilligersbeleid. Hij vindt dat we vrijwillige inzet moeten zien als natuurlijke hulpbron, zoals een olieveld of visgrond. Als we een te groot beroep doen op de vrijwillige energie van mensen of er onzorgvuldig mee omgaan, dan raakt deze hulpbron uitgeput. Elders in het congrescentrum laten congresgangers zich 'onderwijzen' in strategische partnerkeuze in het kader van de Wmo, benchmarken (het vergelijken van prestaties van organisaties met als doel te verbeteren), samenwerken met bedrijven en competentiegerichte bedrijfsvoering als impuls voor vernieuwing.

Onvoldoende vraaggericht
Het programma is nog niet halverwege of het heeft al genoeg gespreksstof opgeleverd om het tijdens de lunch niet alleen over het mooie zomerweer van die dag te hebben. Voordat de congresgangers zich verzamelen in de grote zaal voor het centrale debat van vanmiddag, kunnen zij kiezen uit zes debatten met experts op het gebied van onder andere fondsenwerving, trends en ontwikkelingen in het vrijwilligerswerk, vrijwilligerswerk als marketinginstrument en het omgaan met onbegrip en tweedeling tussen vrijwilligers.

Een stelling die wel eens een stevig debat zou kunnen losmaken, is die van Guus Verduijn, commercieel directeur van Woonzorg Nederland. Vooropgesteld dat de corporatie voor senioren- en gehandicaptenhuisvesting niet zonder vrijwilligers kan, vindt Verduijn hij wel dat zij vaak onvoldoende in staat zijn vraaggericht te werken. Het vrijwilligerswerk zou wat strakker gemanaged mogen worden, zegt hij, zodat bewoners te allen tijde - dus ook in het weekend en vakantieperioden - op hen kunnen rekenen. Het zou helpen als Woonzorg Nederland zou investeren in het vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld in coördinatoren, suggereert een van de toehoorders in de zaal. Dat ziet Woonzorg Nederland echter vooral als taak van de overheid. De mensen in de zaal zijn niet helemaal overtuigd.

Een etage lager wordt op dat moment gedebatteerd over de ontplooiingsmogelijkheden en schaduwzijden van meedoen aan aanbestedingen. Het ervaringsverhaal van Jan Timmers van de Vrijwilligerscentrale Helmond moet heel wat bij zijn toehoorders hebben losgemaakt, want als hem even later in het centrale debat om zijn mening wordt gevraagd, barsten zij nog voor hij iets kan zeggen in lachen uit.

180.000 kansen
Het debat over de maatschappelijke stage is zeer levendig, niet in de laatste plaats door de uitbundige, af en toe hilarische en vooral vlijmscherpe presentatie van de gespreksleider, BNR Nieuwsradio-presentator Martijn Greve. Hij steekt zijn verontwaardiging niet onder stoelen of banken als staatssecretaris Marja van Bijsterveldt laat weten dat ze vastzit in het verkeer en het niet gaat redden om plaats te nemen op het podium. Dat is inderdaad buitengewoon jammer, want nu blijft een aantal prangende vragen over de maatschappelijke stage onbeantwoord. Worden leerlingen bijvoorbeeld drie maanden ontheven van de leerplicht of mogen die 400 uur worden uitgesmeerd over een paar jaar? Er is meer onduidelijkheid. Waaraan moet een maatschappelijke stage voldoen? En wat heeft dat voor consequenties voor maatschappelijke organisaties?

De vijf debaters op het podium zijn allen voorstander van de maatschappelijke stage, de een wat gematigder dan de ander. Een duidelijke pleitbezorger is Ger Koopmans, voorzitter van Scouting Nederland. Het is jammer dat de aanwezigen vooral oog hebben voor mogelijke problemen en niet wat meer denken in kansen, vindt hij. 180.000 jongeren per jaar betekent jaarlijks 180.000 kansen voor vrijwilligersorganisaties om jongeren te triggeren voor vrijwilligerswerk. Maar wie gaat dit betalen? Marius Ernsting rekent voor dat je hiervoor 2.250 fte's aan coördinatie nodig hebt. Dat miljoen staat nergens in het regeerakkoord. Dat geld heeft de maatschappij zo terugverdiend, verwacht Henkjan Bootsma, algemeen directeur van CPS. Als jongeren leren om actief bij te dragen aan de maatschappij, zal de (jeugd)criminaliteit afnemen. Uit de reacties in de zaal blijkt dat niet iedereen zo optimistisch is. Cees Breederveld, algemeen directeur van Rode Kruis, vraagt zich af of we allemaal wel hetzelfde beogen met de maatschappelijke stage. Leerlingen competenties bijbrengen, jongeren binden aan de organisatie? Het Rode Kruis is al gelukkig als zij de leerlingen kunnen laten ervaren dat het een goed gevoel geeft als je eens wat anders doet. En als het vrijwilligerswerk hierdoor een beter imago krijgt. Theo Joosten, directeur breedtesport NOC*NSF, hoopt voor de maatschappelijke stage jongeren ervan weerhoudt om de vereniging de rug toe te keren als andere dingen in het leven belangrijker worden.

De zaal ziet toch nogal wat haken en ogen van de maatschappelijke stage. Is er wel genoeg werk voor 180.000 leerlingen per jaar? Zijn de leerlingen wel competent genoeg voor 'ons soort vrijwilligerswerk'? Om de pessimisten in de zaal een hart onder de riem te steken vertelt een afgevaardigde van een vrijwilligersnetwerk in de zaal dat zij al tien jaar maatschappelijke stages bemiddelt en dat deze bij haar leerlingen populairder zijn dan handvaardigheid.

En dan zit de dag er alweer bijna op. Nog nooit waren de notulen van een bijeenkomst zo snel klaar en toch zo volledig als die van sneldichteres Dominique Engers. Ze vat haar observaties samen in een zeven minuten durend gezongen gedicht, waarin ze terloops nog wat goedbedoelde vegen uit de pan uitdeelt. Het applaus dat losbarst na het klinken van de slotregel 'En we zaten hier gezellig, en we zaten hier oké!' is welgemeend en zeker ook bedoeld voor de organisatoren van dit congres.

En wat vonden de congresgangers ervan?
Ruur Spijkerman, beleidsmedewerker FNV Vakcentrale: "Verzakelijking van het vrijwilligerswerk is zeker een onderwerp dat onze organisatie bezighoudt. Daarom ben ik hier, om te horen hoe andere organisaties hieraan vorm geven. Verzakelijken houdt voor ons bijvoorbeeld in: redeneren en handelen vanuit doelen, kritisch naar de eigen organisatie kijken en de juiste vrijwilliger op de juiste plek. Zo'n helder verhaal als dat van Lucas Meijs, dat je vrijwilligers moet zien als natuurlijke hulpbron, dat zou ik ook aan onze coördinatoren willen vertellen. Als speldenprik in de goede richting."

Jacinta van den Heuvel, bestuurslid BorstkankerVereniging Nederland: "Wij proberen onze vrijwilligers te betrekken in de professionaliseringsslag die wij op dit moment maken. Zo vragen wij hun om mee te denken bij de totstandkoming van ons beleidsplan. Een deel van de vrijwilligers zit hier echt niet op te wachten. Die hebben het gevoel dat ze steeds meer op hun bordje krijgen. Dus willen wij hen er voortaan iets gedoseerder bij betrekken."

Dagmar Alders, consulent vrijwilligerswerk SWH Welzijnswerk: "Het is interessant om te horen hoe andere vrijwilligersorganisaties omgaan met de steeds hogere verwachtingen die aan hun werk worden gesteld. Daardoor voelen ook veel vrijwilligers zich onder druk gezet. Ze moeten bijvoorbeeld worden bijgeschoold, ook de oude garde, onder het mom van 'je doet het goed, maar met wat extra ondersteuning doe je het nog beter'. We moeten zuinig met onze vrijwilligers omgaan, dat ben ik helemaal met Lucas Meijs eens."



Vakwerk | 2007/3 (tekst voor eindredactie)
werk
klanten
over els
contact